Vandaag, 21 april 2016, ga ik eindelijk beginnen aan het tijdrovende, maar verplichte onderdeel van mijn voorbereidingen op een halfjaar studeren in Zuid-Afrika: het aanvragen van een studievisum. Ik kan tussen 9.00 en 12.00 langskomen bij de Zuid-Afrikaanse ambassade in Den Haag om de benodigde papieren op te halen, dus stap ik deze donderdagochtend vroeg in de trein. Al reizend bedenk ik me dat dit de eerste keer is dat ik naar een ambassade ga, en dat dit wel weer het begin is van een groot, nieuw avontuur.

Dagdromen in de trein

In de trein pak  ik voor de verandering eens niet mijn mobiel erbij, maar staar ik dagdromend uit het raampje. Ik ga terug naar de zomer waarin ik 18 werd. Na 10 dagen interrailen met vriendinnen, ben ik toen in mijn eentje verder gegaan. Naar Venetië, Vicenza, Florence, alleen, als nog net 17-jarig meisje. Ik denk aan alle treinreizen die ik toen nam, de uitzichten die ik had, de muziek die in mijn oren klonk, de mensen die ik kort ontmoette om vervolgens weer verder te reizen. Lang niet alles ging soepel of volgens plan tijdens die reis, maar ik heb daar wel geleerd dat ik uiteindelijk alles in mijn eentje aan kan, en dat er heel veel aardige, behulpzame mensen op de wereld rondlopen.

Ik moet denken aan de foto die is genomen op het moment dat ik de allerlaatste trein uitstapte en weer terug was in Nederland. Ik heb mijn 12 kilo zware backpack op mijn rug, en ik straal. Van energie, en van zelfvertrouwen. Een paar dagen later zou ik 18 worden, maar die paar dagen alleen reizen heeft me denk ik echt meer volwassen gemaakt. Altijd al heb ik tegen mezelf gezegd dat ik in mijn eentje op weg wilde. Italië was een voorproefje, nu mag ik écht gaan. Voor zes maanden, zelfs.

Vreemdste minuut uit mijn leven

Aangekomen in Den Haag pak ik de tram naar de Wassenaarseweg, want daar moet het consulaat van de ambassade gevestigd zijn. De zon schijnt en de Wassenaarseweg is mooi, dus ik krijg er helemaal zin in. Nummer 36, het huis van de ambassade, is een groot en statig huis met een klein voortuintje dat afgesloten is door een groot, stalen hek. Gelukkig komen er net mensen naar buiten, waardoor ik makkelijk naar binnen kan. Hooguit twee minuten later sta ik alweer buiten, dit keer met papieren in mijn hand en een lichtelijk verward hoofd. Dat was de raarste minuut uit mijn leven, denk ik beduusd, en ik loop weer terug naar de tramhalte.

De deur van de ambassade is groot en van hout, met een gouden deurknop. Daar duw ik tegenaan, en het is net alsof ik vervolgens Zuid-Afrika binnenloop: de hal van dit gebouw is niet iets wat je in Nederland zou verwachten. Achter het glas van de balie recht tegenover me zit een zwarte vrouw met ingevlecht haar. Ze kijkt niet op of om, en ik kijk onzeker om me heen naar de mensen die op wachtstoeltjes zitten. Niemand beantwoordt echter mijn blik, en er staat ook nergens aangegeven of ik me moet melden bij de grote balie, of bij een van de twee kleinere balies aan de linkerkant. Dan zie ik een papiertje, waarop staat: ‘All study permits here’, waardoor ik weet dat ik bij de kleine balie moet zijn. Er gaat daar net iemand weg, en ik kan dus gelijk terecht bij een Nederlandse man. Ik geef hem mijn paspoort en vraag om een studievisum, en hij gaat gelijk aan de slag met papieren. Ondertussen komt er een huilende vrouw naast me staan bij het andere loket, en ik vang op dat ze al langere tijd iets probeert te bereiken maar dat het niet lukt. De mensen achter de balie lijken ook niet erg toeschietelijk om haar te helpen. Maar erg lang krijg ik niet om erover na te denken, want de man is alweer terug met mijn papieren. “Op elk document staat linksbovenaan het documentnummer”,  en dat was het dan. Ik loop naar buiten, en sta opnieuw vertwijfeld voor het grote hek. Uit de intercom hoor ik vaag een ongeduldige stem komen, die iets herhaalt. Na een stuk of vijf keer versta ik het eindelijk: “Come closer to the gate!”. Snel doe ik een stap naar voren, en als vanzelf glijdt de poort weer open. Uit de intercom komt een gefrustreerde zucht, en ik loop snel door.

Mijn Graceland

Het is een zonnige dag, dus ik loop nog een rondje door het centrum van Den Haag en zoek een plek om te lunchen. Dit kan geen toeval zijn. In het tentje waar ik besluit te lunchen, wordt een paar minuten nadat ik binnen ben gekomen ‘Graceland’ van Paul Simon gedraaid. Een nummer dat voor mij staat voor het je leven ergens anders of op een nieuwe manier oppakken, vol goede moed. Maar ook een nummer dat staat voor Zuid-Afrika. Zuid-Afrika is mijn Graceland.

Over het aanvragen van een visum zal ik nog een meer praktische post schrijven voor de serie ‘Voorbereidingen voor Zuid-Afrika’! Deze komt echter wanneer ik al wat verder ben in het proces en er iets meer over kan vertellen.