In het donkere, koude Zwolle ga ik een klein steegje in. Ik weet dat ik voor de goede deur sta, wanneer ik gedempt gezang erachter vandaan hoor komen. Verschillende melodielijnen klinken door elkaar en vloeien zachtjes in elkaar over. Ik sta te genieten in de kou, aan de andere kant van de deur. Dan ineens is het over, ik hoor voetstappen dichterbij komen en de deur gaat open. Vriendjelief staat voor me!

Zoals de titel al zegt: ik ben “het meisje van de drummer”. Ik vind het zo grappig om het zo te verwoorden. Maar om een lang verhaal kort te maken, Mau speelt bij een hele leuke en best succesvolle band, en op dit moment zijn ze dus door Nederland aan het toeren. Ze staan in allerlei theaters en popzalen, en van tijd tot tijd kom ik dan kijken. Ik heb dan natuurlijk het voorrecht om een stuk meer mee te krijgen van alles wat aan zo’n show vooraf gaat, en hoe het is naderhand. Dus leek het me leuk om dat eens een klein beetje te omschrijven. Want ik denk niet dat ik de enige ben die stiekem wel een beetje benieuwd is naar het “artiestenleven”….

Ik kom binnen en verwonder me over het prachtige kleine zaaltje waar zo’n 60 stoelen in staan.  Zachtjes zoek ik een plekje, op het podium zijn ze nog druk bezig met de soundcheck. Er wordt overlegd met de mannen van licht en geluid over de laatste details, en dan zijn ze er klaar voor. Zo’n vier uur nadat de band is gearriveerd die middag, staat alles op z’n plek. Het is tijd om een hapje te eten, wat we doen in het theaterrestaurant. Maar korting? Reken daar maar niet op.

Over dat laatste: toen ik erachter kwam dat de band op veel plekken waar ze spelen, geen enkele vergoeding voor eten of drinken krijgt was ik op z’n zachtst gezegd verbaasd. Ze houden er qua geld al niet zo veel aan over, en nu moeten ze dus ook nog eens zelf hun eigen avondeten regelen. Is dit nu het artiestenleven? Dit verschilt overigens wel per locatie hoor, maar dit was dus deze keer wel het geval.

Een klein uur voordat de show begint, zijn we weer terug in het zaaltje. Er wordt alvast een tafel klaargezet voor na de show, waar albums en andere merch op verkocht gaat worden.  Verder maakt iedereen zich klaar, de spanning wordt steeds meer voelbaar. Je haar doen, omkleden, nog een laatste keer naar de wc en jezelf checken in de spiegel. Er worden grapjes gemaakt, terwijl de tijd voorbij kruipt. En dan ineens, toch veel sneller dan verwacht, is het showtime. Ik ga snel in de zaal zitten en wacht geduldig tot alle mensen een plekje zoeken, terwijl ik weet dat de band daar achter het podium staat, niet wetend wat voor mensen er aan het binnenkomen zijn. Het is gek dat ik hier zit, en zij daar. Om de tijd voor mezelf te doden knoop ik een gesprek aan met de mevrouw die naast me zit. Op een gegeven moment komt het gesprek op mij, en waarom ik bij dit concert ben. “De drummer is mijn vriend”, hoor ik mezelf dan vol trots zeggen.

Showtime. Lichten gaan uit, de band komt op, publiek klapt. En dan begint de show en word ik weer meegevoerd door een stroom. Ontroering om de prachtige muziek, trots op hem, af en toe blijheid omdat ik merk dat het publiek goed reageert. Naderhand zie ik mensen stralend de zaal uit lopen, en nog even blijven hangen bij de merchandise. Albums worden verkocht, complimenten rondgestrooid, iedereen is blij. Ik houd me nog even op de achtergrond totdat de meeste mensen weg zijn, en sneak dan naar de backstage. Ook ik ben helemaal blij en praat een beetje na met iedereen.

Maar een halfuurtje na het einde van de show is het toch echt tijd om af te bouwen, op te ruimen. Ook dat is weer een hele klus, gelukkig heeft iedereen nog genoeg adrenaline in z’n lijf van de show en gaat het lekker snel. Mau en ik moeten rennen om de laatste trein naar Utrecht te halen, maar uiteindelijk zitten we in de goede trein, beiden moe maar voldaan, op naar huis.